Historie

Inleiding

Windkorenmolen "Den Olden Florus " is een standerdmolen, die gerekend mag worden tot een van de oudste molentypes. Dit is vooral te zien aan de constructie van de zogenaamde staart. Vroeger heette de molen de "Callenbroecker molen", omdat hij gelegen is in de buurtschap Kallenbroek. De naam Kallenbroek is vermoedelijk afgeleid van het feit dat er een water gelegen was (broek) en dat dit water altijd kouder (kalt) was dan op andere plaatsen.

Leeftijd

Hoe oud de molen precies is, weten noch molenaar noch molenkenners. Al in 1403 behoort de molen tot de goederen van het Hof van Callenbroeck, dat toen gevoegd werd bij de Commanderij van St. Jansdal of 's-Heeren Loo bij Harderwijk. Op één der vergane balken moet een jaartal hebben gestaan van omstreeks 1400. In 1495 duikt de naam van de Callenbroecker molen op in de archieven van de Joanieter Orde op Malta, waaronder de commanderij ressorteerde. Hierin werden de opbrengsten, in rogge, van dat jaar geboekt. Zeker is dat de molen, zoals hij er nu nog staat, al bestond voor 1584, hetgeen blijkt uit oude vergeelde papieren. Op de oude standerd, welke tot 1980 in de molen aanwezig was, prijkten de jaartallen 1635, 1651, 1703, 1709 en 1881.

Eigenaren

De eigenaar van de Kallenbroeker molen behoefde eertijds geen windrecht te betalen aan de hertog en was een zgn. vrije molenaar. De hertogen van Gelre en het Sticht van Utrecht (Bisdom Utrecht) hadden geen vat op de rijke molenaarsfamilie.Van begin 1600 is nog bekend, dat Jan Janszen de molenaar was. Hij werd opgevolgd door de familie Gerritsen, waarvan Harmen in 1736 overleed. Zijn graf is nog te vinden onder de banken van de Schaffelaarkerk in Barneveld. Tot 1736 werd de molen aan verschillende molenaars verpacht. In dat jaar kocht de pachter Hermen Gerritsen Keyser, voor 2410 guldens, de molen. Sinds de molen aan particulieren behoorde, gold als enige verplichting dat elk jaar aan de Pastorie van Barneveld vier schepels rogge afgedragen moesten worden

Achtereenvolgens kent de molen de volgende eigenaren:

  • Rijkje Lammerts, weduwe van Hermen Gerritszoon Keyser (1737 - 1753)
  • Jacob Nienhuis (tot 1759), zijn weduwe Gerritje Hovekes en haar erven (tot 1765)
  • Cornelis van Dompselaar (tot 1768)
  • Gijsbert Wilbrink (tot 1807)
  • Petrus Wilbrink (tot 1853)
  • Herman Wilbrink (tot 1872)
  • Lubartus Wilbrink (tot 1885)

In 1885 kwam de molen in het bezit van Evert Florus Mulder. Dit bleef zo, totdat de zonen Evert en Lubartus samen met hun vader gingen werken onder de firmanaam Fa. E.F. Mulder & Zn. (1924-1952). Gestimuleerd door Florus Mulder (de 3e generatie.) vonden in 1965 en 1980 forse restauraties plaats. Bij de eerste, toen de molen in erg slechte staat was, werd de molenkast voor een groot deel vernieuwd. In 1980 werden o.a. de standerd, steenbalk en bovenas vervangen. In 1975 heeft men de molen zijn huidige naam gegeven, daarmee overgrootvader Mulder eer bewijzend. De molen was tot 2008 eigendom van natuurvoedingsproducent Mulder B.V, de vierde generatie Mulder. In 2008 is de molen verkocht aan een stichting en het beheer van de molen overgegaan in stichting Den Olden Florus.